T o n e e l s p e l e n ! VSO Impuls Tegelen
       
startpagina leerlingen startpagina digibord zoeken!! ict-lessen het hof der spelen
pc en internetregels startpagina personeel toneellessen liesjes liedjes
 
snoeterieën
 

Globaal zijn de lessen bedoeld voor kinderen en jeugd van 5 tot 20 jaar. Met stadium 1 worden de jongste kinderen en de kinderen die meer structuur, begeleiding en een duidelijke uitleg nodig hebben. Met stadium 3 geven we de oudste jeugd aan of die jeugd aan die wat complexere opdrachten begrijpen, zelfstandiger zijn en verbaal mondig zijn. stadium 2 zit daar dan natuurlijk tussenin.
 

 Uitgangspunten toneel klik hier!

 Emoties en zo

 Improviseren

 Zintuigen

 Blij, bang, verdrietig en boos (stadium 1)
 Blij
(stadium 1)
 Verdrietig
(stadium 1)
 Vuur, water, lucht en aarde
(stadium 3)
 
Elementen van Woudenberg
 Emotiebus (stadium 2 en 3)
 Wisselende scènes (stadium 2 en 3)
 Onverwachte gebeurtenissen (stadium 2 en 3)
 Improviseren adhv een plaatje (stadium 3)
 
Spiegelen (alle stadia)

 Geleide improvisatie (alle stadia)
 Horen les 1 (stadium 1)
 Horen les 2
(stadium 1)
 Horen les 3
(stadium 1)
 Zien les 1
(stadium 1)
 Zien les 2
(stadium 1)
 Voelen les 1
(stadium 1)
 Voelen les 2
(stadium 1)
 Ruiken en proeven
(stadium 1)
 Allerlei klassikale lessen  Warming-up of afsluiting  Afbeeldingen
 Politie en boef (stadium 2) (zie instructiefilm 6)
 
Pijn
(stadium 2)
 
Vader en zoon
(stadium 2 en 3)
 
Rollen beeldenmuseum
(stadium 2)
 
Toneelmemorie
(stadium 2)
 
Dilemma
(stadium 3)
 Man aan de deur
(stadium 3) (zie instructiefilm 10)
 
Rollenspel in de winkel
(stadium 3)
 
Samen een scene maken
(stadium 2 en 3)
 
Inspringspel
(stadium 2) (zie instructiefilm 8)
 
Hints en scenes spelen
(stadium 2 en 3)
 
Dierenmemorie
(stadium 1 en 2)
 
Moordspel
(stadium 3)
 
Opdracht in kleine groepen (stadium 2 en 3)
 
Samen een verhaal maken en spelen
(stadium 1)
 Stille hint (stadium 3)
 
Menselijk decor (stadium 3)
(zie instructiefilm 11)
 
Moordenaartje (stadium 2 en 3)

 
Bankje in het park (stadium 3)
 
Rood-groenkaarten (stadium 3)
 
De safaribus (stadium 1 en 2)
 
Onzichtbaar cadeau (stadium 2 en 3)
 
Beeldhouwen (stadium 2 en 3)
 
Onzichtbare doos (alle stadia)
 
Produkt aanprijzen (stadium 3)
 
Een ontmoeting (stadium 2 en 3)
 
Vier zinnen scènes (stadium 3)
 
Emotiemeter (stadium 2 en 3)
 
De catwalk (stadium 2 en 3)
 
Standbeelden en inspringspel (stadium 2)
 
Vampier (stadium 3)
(zie instructiefilm 9)
 
Associeren met kaartjes of muziek (stadium 2 en 3) (zie instructiefilm 5)
 
Bij de dokter (stadium 1 en 2) (zie instructiefilm 7)
 Hondenpoep (stadium 2)
 Handje pandje (alle stadia)
 Koning en knecht (stadium 2)
 Poes in de boom (stadium 1 en 2)
 Titel, kostuum, decor (stadium 2 en 3)
 Trein door emotieland (alle stadia)
 Improviseren met stoelen (stadium 2 en 3)
 
De abc lift (stadium 2 en 3)
 
Vertrouwensoefeningen (stadium 2 en 3)
 Associëren met een bal (stadium 2)
 Lopen alsof
(stadium 1 en 2)
(zie instructiefilm 4)
 Sjoef...
(stadium 2)
 
Vergroten
(stadium 2)
 
Wel of niet opvouwen
(alle stadia)
 Vriendjes maken (stadium 2 en 3)

 
Bal-door-het-poortje (alle stadia)
 
Grenzenspel (alle stadia)
 
Fruitmand (alle stadia)
 Goedemorgen! (alle stadia)
 
Blaadjesdans
(stadium 2 en 3)
 
Dansslang
(stadium 1 en 2)
 
Emotieschaal
(stadium 2 en 3)
 Zip, zap, zop
 (alle stadia) (zie instructiefilm 1)
 
Tot tien tellen
(stadium 2 en 3)
 
Vragenspel (stadium 2 en 3)
 
Doorfluisteren
(
stadium 1 en 2)
 
Beweging doorgeven (alle
stadia)
 
Sleutelspelletje (
stadium 1 en 2)
 
Liedje olifant (
stadium 1)
 
Knoopje (
stadium 1 en 2)
 
Ik heb het niet gedaan, jij was het! (stadium 2 en 3)
 
Een ontmoeting (stadium 2 en 3)
 
Ninja (stadium 2 en 3)
 
Echoput (alle stadia)
 
Haaienspel (alle stadia)
 
Als ik in mijn handen klap... (stadium 2 en 3)
 
And the winner is... (stadium 2 en 3)
 
Hihi (stadium 2 en 3)
 
Klap draai om (stadium 2 en 3)
 
Voorwerp met een eigen wil (stadium 2 en 3)
 
Hoeveel zitten er achter je (stadium 1)
 
Magneet (stadium 2 en 3)
 
Patronen (stadium 2 en 3)
 
Slappe pop (stadium 2 en 3)
 
Stopdans (stadium 1 en 2)
 
Tellen (stadium 2 en 3)
 
 Afbeeldingen van de vier basisgevoelens
 
Dierenplaatjes (Dierenmemorie)
 Allerlei plaatjes toneel
 Kaartjes met tekst
 Afbeeldingen moordspel

 Voorbeelden Vier zinnen scènes
 Voorbeelden Rood-groenkaarten
 

 

 Instructiefilms toneellessen    
1. Zip, zap, zop 2. Pak die stoel 3. Het gouden stuur









Een warming-up, waarbij de concentratie en samenwerking verhoogd wordt. Het is belangrijk, dat iedereen in de kring goed oogcontact maakt, voordat de klap doorgegeven wordt. Daarnaast doet deze oefening appel op het accepteren van en reageren op de ander, het geheugen en het accepteren van de regels. Tot slot zorgt deze oefening vaak voor meer energie in de groep.

 

Bij deze oefening, is het de bedoeling dat één persoon op één van de stoelen gaat zitten. Er zijn evenveel stoelen als het aantal personen die aanwezig zijn. De groepsleden moeten er gezamenlijk voor zorgen, dat de persoon in het midden geen kans krijgt om op een stoel te gaan zitten. De groepsleden mogen hierbij in snel tempo lopen, terwijl de persoon in het midden in een rustig tempo moet lopen.
Vier basisregels van het spel:
1. De persoon in het midden loopt in een rustig tempo.
2. Er mag niet gepraat worden.
3. De persoon die loopt mag niet aangeraakt worden.
4. Wie opstaat moet naar een andere stoel toe lopen.
De oefening doet appel op samenwerken, reageren op elkaar, concentratie, vooruit denken en het competitie-element. Degene die loopt, kan daarnaast ook oefenen met het rustig blijven in chaotische situaties.


 






In deze scène, wint iemand een gouden stuur, die hij/zij mee naar huis neemt. Vervolgens gaat deze persoon slapen met het stuur naast zich. Een dief wil het gouden stuur stelen en sluipt de kamer binnen. Het is hierbij belangrijk dat de winnaar af en toe geluiden maakt of zich beweegt, waardoor de dief daarop kan reageren. Deze scène kan (naar eigen inzicht) verder uitgebreid worden of aangepast worden aan thema’s die leven in de groep.
Deze oefening doet appel op het reageren/incasseren van spelimpulsen, inleving, concentratie en verbeelding.

4. Lopen alsof 5. Spelen aan de hand van kaartjes 6. Politie en boef



Warming-up waarbij de leerlingen lopen alsof ze een bepaald persoon of dier zijn. Kies duidelijke, expressieve rollen uit.

Leerlingen associëren bij foto's. Deze foto's van Twynstra Gudde laten voldoende ruimte voor de fantasie. De leerlingen bespreken in een groepje van twee tot vier wie er speelt, wat en waar. Vervolgens gaan ze hun toneelstukje uitbeelden. Natuurlijk kunnen de verschillende groepjes hun stukje ook tegelijkertijd bespreken en oefenen.

 



Oefen eerst het lopen en bewegen van een politieagent en van een boef. Zie verder de les "Politie en boef".

7. Bij de dokter 8. Inspringspel 9. Vampier

Deze film spreekt voor zichzelf. Leg de nadruk op het grote verschil in houding tussen de patient (pijn, boos, gefrusteerd) en de assistent (sloom en overschillig).


Zie de les "Inspringspel".

 


Zie de les "Vampier".

10. Man aan de deur 11. Menselijk decor  


Zie de les "Man aan de deur".


Zie de les "Menselijk decor".

 

© Frank Selen - Vijverhof VSO Tegelen - Met dank aan de drama-therapiestagiaires Chantal Dings, Francis Schwegman, Simone van de Graaff, Merel van der Wielen, Renée Huismans, Gerda Deen, Manouk Ceschi, Koen Mijnster, Paul Soetekouw en Nikki Broeks.